Een loodslab bij een schoorsteen is de loden afdichting tussen de schoorsteenmantel en het dakoppervlak. Dit lood voorkomt dat regenwater langs de schoorsteen naar binnen sijpelt. Het correct aanbrengen van een loodslab is vakwerk, maar met het juiste materiaal en de juiste techniek is het goed te begrijpen hoe het hoort.
Wat is een loodslab bij een schoorsteen precies?
Een schoorsteen steekt door het dakoppervlak heen. Op de aansluitingen tussen het metselwerk en de dakbedekking ontstaan kieren waar water doorheen kan lopen. Een loodslab (ook wel loodslabbing of loodaansluiting genoemd) dicht deze aansluitingen waterdicht af. Lood is hiervoor bij uitstek geschikt omdat het soepel is, goed te vormen valt en zeer duurzaam is bij buitengebruik.
Bij een schoorsteen werk je met meerdere onderdelen lood. Er is een voorstuk (aan de onderzijde van de schoorsteen, waar het water afstroomt naar het dak), een achterstuk (aan de bovenzijde, ook wel kraagstuk of backstuk), en twee zijstukken. Samen sluiten die vier kanten de schoorsteen volledig af.
Materiaal en dikte: wat gebruik je voor een loodslab schoorsteen?
Voor schoorsteens werk je doorgaans met lood van 1,5 tot 2 mm dik, wat overeenkomt met lood van kwaliteitsklasse 4 of 5 (ook aangeduid als “Code 4” en “Code 5”). Code 4 heeft een dikte van 1,80 mm en is geschikt voor de meeste toepassingen bij een schoorsteen op een woning. Code 5 (2,24 mm) gebruik je als de aansluiting extra belasting of rek moet doorstaan, of bij een grote schoorsteen.
Lood is verkrijgbaar in rollen of op maat gesneden platen. Gebruik altijd zacht, walslood dat voldoet aan de norm EN 12588. Galvanisch conflict (corrosie door contact met andere metalen zoals zink of koper) moet je vermijden door nooit twee verschillende metalen direct tegen elkaar aan te monteren zonder isolerend tussenmateriaal.
Stap voor stap: loodslab aanbrengen bij een schoorsteen
Hieronder zie je hoe de volledige loodslabbing van een schoorsteen in de praktijk verloopt. Stichting Bouwlood heeft een gedetailleerd stappenplan en animatie uitgebracht (november 2017) dat dit proces visueel verduidelijkt.
- Stap 1: Meten en snijden. Meet de breedte en hoogte van de schoorsteenmantel op. Snijd de loodplaten op maat. Het lood moet minimaal 150 mm omhoog over het metselwerk lopen en minstens 150 mm over de dakbedekking overlappen.
- Stap 2: Voeg uitfrezen of insmijten. Frees of kapt een horizontale voeg uit in het metselwerk, op de gewenste hoogte rondom de schoorsteen. Dit is de inlaat waar de bovenkant van het lood inklemd wordt.
- Stap 3: Achterstuk aanbrengen. Begin met het achterstuk (de bovenzijde van de schoorsteen, waar water opgestuwd kan worden). Dit stuk lood loopt als een kraag om de achterkant en moet hoog genoeg zijn zodat water dat van het dak afrolt niet achter het lood komt.
- Stap 4: Zijstukken aanbrengen. De zijstukken worden stap voor stap, dakpan per dakpan, aangebracht in combinatie met de dakbedekking. Dit heet een “getrapte afdichting” (step flashing). Elk loodstukje overlapt het vorige stuk zodat water altijd over het lood afstroomt, nooit eronder.
- Stap 5: Voorstuk aanbrengen. Het voorstuk (de onderzijde van de schoorsteen) sluit als laatste aan. Dit stuk loopt over de dakbedekking heen en wordt niet vastgelijmd aan de tegels, zodat het dak vrij kan bewegen.
- Stap 6: Inklemmen en dichtstrijken. Duw de bovenkanten van het lood stevig in de uitgefreesd voeg. Vul de voeg daarna af met een duurzame kit (loodspecifieke dichtkitsoort of gemodificeerde silicone) of specie. Klop de loodkanten met een loothamer of houten krabber strak tegen het metselwerk.
- Stap 7: Controleren. Controleer alle overlappen en aansluitingen visueel. Giet eventueel een emmer water over de schoorsteen om te testen of alles waterdicht is.
Veelgemaakte fouten bij een loodslab schoorsteen
Een van de meest voorkomende fouten is lood dat te strak vastzit. Lood zet uit en krimpt bij temperatuurwisseling. Als het lood op meerdere punten vastgelijmd of genageld is zonder ruimte voor beweging, scheurt het op den duur. Houd aaneengesloten loodstukken maximaal 1,5 meter lang om scheuren door thermische beweging te voorkomen.
Een tweede valkuil is het weglaten van het achterstuk of een te laag achterstuk. Bij hevige regen stuwt water op achter de schoorsteen. Als het lood daar niet hoog genoeg zit (minimaal 150 mm boven het dakoppervlak), loopt het water erachter en krijg je lekkage die moeilijk te lokaliseren is.
Tot slot zien veel doe-het-zelvers de zijstukken als één doorlopend stuk lood. Dat is verkeerd. De getrapte aanpak met losse stukjes per dakpan is bedoeld om mee te bewegen met het dak en sluit altijd beter aan dan één lang zijstuk.
Lood of alternatief: wanneer kies je voor iets anders?
Lood is de klassieke en meest duurzame keuze voor een loodslab bij een schoorsteen. In de praktijk gaat een correcte loodafdichting 50 jaar of langer mee zonder groot onderhoud. Alternatieven zoals zinkfolie, aluminiumband of bitumineuze afdichtingstape zijn goedkoper in aanschaf, maar minder duurzaam en vatbaarder voor scheuren. Ze zijn eerder geschikt als tijdelijke maatregel dan als permanente oplossing.
Is de schoorsteen moeilijk bereikbaar, is het dak steil of ontbreekt de juiste gereedschappen? Laat het werk dan over aan een erkend loodgieter of dakdekker met ervaring in loodwerk. De kosten van een correcte afdichting wegen ruimschoots op tegen waterscahde door een lekkende schoorsteen.
Een goed aangebrachte loodslab schoorsteen vraagt aandacht voor elk detail, van de juiste looddikte tot de overlappende zijstukken. Doe je het stap voor stap en houd je rekening met de uitzetting van het lood, dan heb je voor lange tijd een waterdichte aansluiting die geen onderhoud vraagt.


